Fuck, waar stond mijn wiegje nou?

Misschien een rauwe zin om mee te beginnen, maar dit wordt dan ook een eerlijk verhaal. Een verhaal over mijn ervaring van de afgelopen tijd. Over de verharding van de maatschappij. Over hoe wij daarop reageren. En vooral over waar wij, volgens mij, als mens soms volledig aan voorbijgaan.

Ik kom zelf uit een mooi gezin. Een gezin waar alle ups-and-downs gewoon langskwamen, zoals in ieder gezin. Maar ondanks alles was het veilig. En dat woord, veilig, zal in dit verhaal vaker terugkomen.

Ik groeide op in een arbeidersgezin. Mijn vader werkte hard en mijn moeder zorgde voor de kinderen. De boodschap was helder: doe normaal, doe niet gek, zorg dat je werk vindt en ga aan de slag in de maatschappij.

Toch keek ik regelmatig om mij heen en dacht ik: volgens mij valt er meer uit te halen. Ik werkte in een magazijn en voelde al snel: dit gaat hem voor mij niet worden. Ondertussen rommelde ik met routers en computers en daar bleek ik goed in te zijn. Mijn vader en moeder maakten zich zorgen. Zou dat geknutsel ooit nog ergens toe leiden?

En ja, met mij kwam het goed.

Ik werk nu in een prachtige organisatie. Ik heb een goed leven. Ik zit in een mooie, misschien zelfs wat bevoorrechte groep vrienden, waar we onder het genot van een wijntje, een biertje en een snack de wereldpolitiek bespreken. We hebben het over vrouwenrechten, over mensen met een andere geaardheid, over uitsluiting, onrecht en de verharding van de samenleving.

We kunnen daar fel en emotioneel op reageren. De emoties vliegen soms alle kanten op. We proberen elkaar te overtuigen van standpunten waar we het eigenlijk vanaf het begin al over eens waren.

Heerlijk veilig, zo’n discussie.

Daarna knuffelen we elkaar, gaan we naar huis en stappen we ons veel te grote huis binnen. Geen echte zorgen over onze kinderen, behalve de normale puberale stoornissen die erbij horen. Veilig, gezond en uitgeput van onze discussies ploffen we op de bank. We kussen onze kinderen, koken uit onze volle koelkasten en sturen tijdens het koken nog een lief appje naar vrienden dat we het allemaal niet zo bedoelden.

Maar helaas ben ik er keihard achter gekomen dat dit niet voor iedereen geldt.

Mijn lieve zoon had een vriendje. een jaar lang Een jongen die uit een ingewikkelde en onveilige situatie kwam en tijdelijk bij ons introk. En ja, inderdaad: daar hebben wij geen seconde over gediscussieerd. Het was het vriendje van onze zoon. Punt.

Maar het wiegje van deze lieve jongen had verkeerd gestaan. In de verkeerde omgeving, in een onveilige situatie. Er was verharding, afwijzing en weinig echte acceptatie voor wie hij was en van wie hij hield. Er werd misschien gezegd: “We accepteren het”, maar daarachter zat soms vooral de hoop dat hij snel zou veranderen.

Een realiteitscheck, zal ik maar zeggen.

Nadat het thuis opnieuw uit de hand was gelopen, was het genoeg. Hij kwam bij ons wonen. Uit volle liefde namen wij hem op in ons gezin. Hij klemde zich vast aan hoop. Aan een normaal gezin. Aan liefde, al was zelfs liefde voor hem soms verdacht. Aan mogelijkheden die hem ineens een toekomst leken te geven.

Maar helaas verstikte dit uiteindelijk ook mijn zoon.

De bom barstte op een avond waarop wij in ons eigen huis nog maar één keuze voelden: kiezen voor onze zoon. Alle instanties waren inmiddels ingeschakeld: Veilig Thuis, politie en andere betrokkenen. Na een aantal verplaatsingen zit hij nu redelijk veilig.

Met een gebroken hart hebben wij voor ons eigen kind gekozen. En ergens voelen wij ons in onze wereld weer veilig.

Maar ik weet ook: deze jongen gaat er komen. Daar geloof ik echt in. Alleen vraag ik me af wat hij gedacht moet hebben toen hem opnieuw veiligheid werd ontnomen. Toen hij weer opnieuw moest beginnen. Waar moest hij heen? Wat waren zijn volgende stappen? Kon hij zijn webdesignbureau nog voortzetten, nu zijn laptop kapot was gemaakt door de gewelddadige omgeving waar hij vandaan kwam?

Natuurlijk steun ik hem daarin. Natuurlijk zal ik proberen hem te helpen.

Maar daarna ga ik waarschijnlijk weer aan de borrel met mijn vrienden. Dan discussiëren we opnieuw over de wereld. Over onrecht. Over acceptatie. Over hoe hard de maatschappij is geworden. En daarna gaan wij weer door met ons prachtige leven.

Langzaam vergeten we dan misschien weer hoe groot ons geluk eigenlijk is.

Want ons wiegje stond goed.

En ons pad, hoe hobbelig soms ook, lag vanaf het begin op een veel veiligere plek.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *